|
|
|
|
|
|
|
ZENDAMATEUR, HOE WORD JE DAT?
In
zowat ieder huis vinden we wel een radio. Vanaf de kleine
draagbare radio tot aan de meer uitgebreide en gecompliceerde
huistoestellen. Ze hebben allemaal hetzelfde doel, namelijk
informatie en ontspanning draadloos in onze huiskamer te
brengen. De meeste mensen luisteren alleen naar de
binnenlandse omroepstations. De buitenlandse zenders worden
meestal maar door een enkeling beluisterd. Daarbij komt ook
nog dat de meeste luisteraars tegenwoordig alleen nog maar
over een kabelaansluiting beschikken en niet meer over een
eigen antenne. Zelf uitluisteren op de omroepbanden is er dus
tegenwoordig meestal al niet meer bij. Men is immers
overgeleverd
aan hetgeen de kabelexploitant aanbiedt. Wat velen niet
weten, is dat naast de omroepzenders er ook radioamateurs
zijn, die met een vergunning ook hun uitzendingen verzorgen.
Zij mogen natuurlijk niet op de kabel uitzenden en zij
beschikken daarom over eigen antennes. Om die zendamateurs te
kunnen ontvangen dient u dus minimaal ook over een daarvoor
geschikte antenne te beschikken.
Besef
goed dat radiozendamateurs geen piraten zijn. Piraten zijn
illegaal en zenden dus zonder vergunning. Radiozendamateurs
daarentegen hebben een studie gevolgd om hun hobby te
mogen bedrijven. Na het behalen van het examen dat afgenomen
wordt door het Agentschap Telecom van het ministerie van
Economische zaken verkrijgt men een vergunning.
Radiozendamateurs mogen afhankelijk van hun behaalde
vergunning uitzenden op frequenties welke door het Agentschap
Telecom van het ministerie van Economische zaken zijn
toegewezen. In de kop van de NVRA website ziet u precies
op welke frequenties radiozendamateurs mogen uitzenden.
Wij zullen u in het kort proberen uit te leggen op welke
manier de informatie, die uit de radio komt, door de lucht
(ook wel "de ether" genoemd), uw toestel bereikt.
Niet op een zeer ingewikkelde en technische wijze, maar
beknopt en voor iedereen te begrijpen.
|
|
HOE WERKT HET EEN EN ANDER?
De
radio, zoals de meeste mensen die kennen, bestaat uit een
ontvangsttoestel voor omroepzenders. We kunnen dan nog
onderscheid maken tussen de verschillende golf bereiken, zoals
lange golf, middengolf, kortegolf en ultrakortegolf, ook wel
de FM-band genoemd.
Dit
ontvangsttoestel kan met behulp van een antenne draadloos of
via de kabel informatie ontvangen en deze weer omzetten in
hoorbaar geluid (muziek en/of spraak). Om te begrijpen hoe dit
in z'n werk gaat, eerst iets over frequenties.
Als
we een stemvork aantikken, komt de vork in trilling en horen
we een bepaalde toon. Stel de stemvork gaat 1000 keer per
seconde heen en weer, dan is de frequentie 1000 perioden per
seconde.
In
plaats van perioden per seconde, kunnen we ook spreken van
Hertz, afgekort Hz.
Dus 1 trilling per seconde is 1 Hz. De lucht rond de
stemvork komt ook in trilling en dat bereikt ons oor, zodat we
een toon van 1000 Hz horen.
Frequenties
die we kunnen horen liggen ongeveer tussen 40 en 16000 Hz. In
plaats van 1000 Hz kunnen we ook spreken van 1 kilo Hertz,
afgekort 1 kHz; 1 miljoen trillingen per seconde is 1 mega
Hertz, afgekort 1 MHz.
Om
nu informatie (spraak, muziek en dergelijke) via
radioverbindingen dus draadloos over te kunnen brengen, maakt
men gebruik van hoge tot zeer hoge frequenties. Deze
frequenties worden opgewekt in een zender en uitgestraald door
middel van een antenne.
Deze
trillingen van een zeer hoge frequentie zijn niet mechanisch,
zoals bij de stemvork, maar elektrisch. Wat er door de
zendantenne uitgestraald wordt, zijn geen luchttrillingen,
maar magnetische trillingen en omdat deze magnetische
trillingen elektrisch worden opgewekt, noemt men ze
elektromagnetische trillingen of golven.
|
|
MODULATIE.
Maar
aan alleen deze hoge frequentie hebben we weinig. Deze
frequentie straalt weliswaar door de ruimte en komt terecht op
een ontvangstantenne en gaat via de antennekabel naar de
ontvanger, maar op deze ontvanger horen we niets, want deze
zendfrequentie of draaggolf bevat geen informatie. Hoe voegen
we nu deze informatie toe aan de draaggolf?
De
informatie (muziek of spraak) bestaat uit trillingen van een
lage frequentie. Deze frequentie moduleren we op de draaggolf
frequentie. Dat kan bijvoorbeeld door de sterkte van de
draaggolf te variëren op het ritme van de spraak. Dat wordt
dan amplitudemodulatie genoemd, afgekort AM. Dergelijke
modulatie wordt toegepast op de lange, midden en kortegolf
door omroepstations. Een andere modulatie methode is de
frequentiemodulatie, afgekort als FM. Bij deze modulatie
blijft de sterkte van de draaggolf constant, maar wijzigt de
zendfrequentie op het ritme van de spraak.
Radiozendamateurs
kennen nog meer modulatie methoden, zoals SSB, wat staat voor
Single Side Band, ofwel enkel zijband modulatie, waarbij de
draaggolf wordt onderdrukt. Maar daar zullen wij nu verder
niet op ingaan.
De
voorafgaande stof is voor sommigen al moeilijk genoeg en de
bedoeling is om de mogelijkheden en het hoe en waarom op een
niet al te moeilijke manier uit de doeken te doen. Als u geïnteresseerd
bent volgt de rest vanzelf.
|
|
MOGELIJKHEDEN VERSCHILLENDE FREQUENTIES.
We
kennen de lange golf, die loopt ongeveer van 150 - 285 KHz,
dat is voor radio een lage frequentie met een grote
golflengte. Hoe hoger de frequentie, hoe kleiner de golflengte
is.
Er
bestaat een bepaald verband tussen frequentie, golflengte en
de voortplantingssnelheid van radiogolven, maar daar zullen we
nu niet dieper op ingaan.
De
middengolf loopt van 525 - 1605 KHz en de kortegolf van 3 - 30
MHz. (de meeste omroepontvangers zullen echter niet tot 30 MHz
kunnen ontvangen). De FM-band, ook wel ultrakortegolf genoemd,
loopt van 88 - 108 MHz. Het zal duidelijk zijn dat een
radio-ontvanger in staat is om alleen één frequentie
tegelijk te ontvangen, anders zouden we allemaal geluiden door
elkaar horen. De verschillende frequenties hebben allemaal een
andere eigenschap, waar dan ook rekening mee gehouden moet
worden. Zoals men weet is de aarde rond. Zou men vanaf een
bepaald punt gaan zenden met lage frequenties (lange golf),
dan buigt het uit gezonden signaal enigszins met de kromming
van het aardoppervlak mee. Op de middengolf (iets hogere
frequenties) gebeurt dit ook nog wel enigszins, maar komt men
op de kortegolf, dan is dit verschijnsel bijna verdwenen en
straalt het uitgezonden signaal de ruimte in. Om nu toch iets
met dit kortegolfsignaal te kunnen doen, maken we gebruik van
de ionosfeer, een laag rond de aarde, die deze
kortegolfsignalen reflecteert dus terugkaatst. Zodoende komt
dit signaal op een zeer grote afstand weer op de aarde terug.
Vandaar dat met kortegolf ook verbindingen over de gehele
aarde gemaakt kunnen worden.
Hoe
hoger we nu in frequentie komen hoe slechter het signaal
teruggekaatst wordt. Dat is onder andere het geval met de
ultrakortegolf, de FM-band. Willen we daar een signaal
ontvangen, dan moeten de zend en ontvangstantenne elkaar
kunnen "zien".
De
FM-zender in deze band heeft dus maar een beperkt bereik.
Vandaar dat er overal in Nederland hulpzenders staan.
Televisiefrequenties liggen weer hoger, zo tussen de 280 - 900
MHz. Zeer hoge frequenties dus, met hele kleine golflengtes.
In
enkele gevallen gebeurt het wel eens dat ook een signaal met
een zeer hoge frequentie teruggekaatst wordt. Dit gebeurt dan
niet in de ionosfeer, zoals bij kortegolf maar in de
troposfeer. Dat is de onderste laag rond de aarde, tot zo'n 10
kilometer boven het aardoppervlak. Het kan dan voorkomen dat
er Duitse, Engelse of Scandinavische radio of
televisiestations ontvangen worden.
Het
is mogelijk nog verder verwijderde zenders te ontvangen. Het
gaat meestal gepaard met "fading", dat wil zeggen
het signaal komt niet altijd even sterk binnen.
Wereldomvattend is dit niet. De grootste afstand, die
overbrugd kan worden ligt rond de 2000 kilometer, hoewel
uitzonderingen altijd mogelijk zijn.
|
|
STEEDS MEER MOGELIJKHEDEN.
Niet
alleen met gesproken woord ( phone
), maar ook in morsesignalen
( CW ) kunnen b.v. verbindingen worden gemaakt op de korte
golf. Bovendien kan men bijvoorbeeld op
de 23 centimeterband zo rond de 1250 - 1285 MHz ook met
televisie gaan experimenteren.
Dan
zijn de mogelijkheden nog niet op, want ook RTTY (radioteletype
ofwel telex over radio, ook een Nederlandse vinding) behoort
tot de mogelijkheden. Een zendamateur typt zijn tekst in op
een telex of PC -aangesloten op een zender en vele kilometers
verder komt het bericht uit een andere telex of PC rollen.
Verder
hebben we nog de mogelijkheid tot slow-scan
televisie. Dat
zijn stilstaande beelden, die in een aantal seconden op
gebouwd worden. Hiervoor is een speciaal televisietoestel
nodig. Ontvangt men zo'n stilstaand beeld (soms vanaf de
andere kant van de aarde), dan is dit een fascinerend gezicht.
Speciaal voor de hoge frequenties bestaat de mogelijkheid om
via amateur-satellieten verbindingen over grote afstand te
maken. De zendamateur richt zijn antenne op een satelliet en
deze maakt zijn signaal op een andere plaats op de aarde
hoorbaar. Op het ogenblik zijn er al diverse
amateur-satellieten actief. Sommige amateurs richten hun
antenne op de maan en via een reflectie maken zij zo hun
verbindingen met andere amateurs. Dit heet "moon-bounce".
Nu
de PC overal zijn intrede heeft gedaan in de radiowereld zijn
de mogelijkheden talrijk geworden. Zo is het mogelijk morse,
telex, amtor en nog vele andere signalen (dus allerlei
pieptoontjes) door middel van de PC in leesbare tekst om te
zetten. Ook weerkaarten (fax) kunnen worden ontvangen en
bekeken. Sommige programma's stellen je zelfs in staat de
weerkaarten in kleur te bekijken.
Ook
het zogenaamde pakketradio is een inmiddels ingeburgerde
ontwikkeling binnen het zendamateurisme.
Berichten worden, via een netwerk van digitale herhaalstations
(nodes) opgeslagen in een pakketradio mailbox. Deze berichten
kunnen later door de geadresseerden worden uitgelezen.
Uiteraard is dit nog maar een kleine greep uit een scala van
mogelijkheden, die de zendamateur ter beschikking staan.
U
ziet het, zendamateur zijn is een leuke en interessante hobby
die vele beoefenaars kent (in Nederland zijn er ongeveer
15.000 zendamateurs).
|
|
|
|