Nederlandse Vereniging voor Radio Amateurs
   U bent hier | NVRA : achtergrond

last update : 19-03-2006

 




ZENDAMATEUR, HOE WORD JE DAT?

In zowat ieder huis vinden we wel een radio. Vanaf de kleine draagbare radio tot aan de meer uitgebreide en gecompliceerde huistoestellen. Ze hebben allemaal hetzelfde doel, namelijk informatie en ontspanning draadloos in onze huiskamer te brengen. De meeste mensen luisteren alleen naar de binnenlandse omroepstations. De buitenlandse zenders worden meestal maar door een enkeling beluisterd. Daarbij komt ook nog dat de meeste luisteraars tegenwoordig alleen nog maar over een kabelaansluiting beschikken en niet meer over een eigen antenne. Zelf uitluisteren op de omroepbanden is er dus tegenwoordig meestal al niet meer bij. Men is immers overgeleverd  aan hetgeen de kabelexploitant aanbiedt. Wat velen niet weten, is dat naast de omroepzenders er ook radioamateurs zijn, die met een vergunning ook hun uitzendingen verzorgen. Zij mogen natuurlijk niet op de kabel uitzenden en zij beschikken daarom over eigen antennes. Om die zendamateurs te kunnen ontvangen dient u dus minimaal ook over een daarvoor geschikte antenne te beschikken.

Besef goed dat radiozendamateurs geen piraten zijn. Piraten zijn illegaal en zenden dus zonder vergunning. Radiozendamateurs  daarentegen hebben een studie gevolgd om hun hobby te mogen bedrijven. Na het behalen van het examen dat afgenomen wordt door het Agentschap Telecom van het ministerie van Economische zaken verkrijgt men een vergunning.  Radiozendamateurs mogen afhankelijk van hun behaalde vergunning uitzenden op frequenties welke door het Agentschap Telecom van het ministerie van Economische zaken zijn toegewezen. In de kop van de NVRA website ziet u precies op welke frequenties radiozendamateurs mogen uitzenden. 

Wij zullen u in het kort proberen uit te leggen op welke manier de informatie, die uit de radio komt, door de lucht (ook wel "de ether" genoemd), uw toestel bereikt. Niet op een zeer ingewikkelde en technische wijze, maar beknopt en voor iedereen te begrijpen.



HOE WERKT HET EEN EN ANDER?

De radio, zoals de meeste mensen die kennen, bestaat uit een ontvangsttoestel voor omroepzenders. We kunnen dan nog onderscheid maken tussen de verschillende golf bereiken, zoals lange golf, middengolf, kortegolf en ultrakortegolf, ook wel de FM-band genoemd.

Dit ontvangsttoestel kan met behulp van een antenne draadloos of via de kabel informatie ontvangen en deze weer omzetten in hoorbaar geluid (muziek en/of spraak). Om te begrijpen hoe dit in z'n werk gaat, eerst iets over frequenties.

Als we een stemvork aantikken, komt de vork in trilling en horen we een bepaalde toon. Stel de stemvork gaat 1000 keer per seconde heen en weer, dan is de frequentie 1000 perioden per seconde.

In plaats van perioden per seconde, kunnen we ook spreken van Hertz, afgekort Hz.  Dus 1 trilling per seconde is 1 Hz. De lucht rond de stemvork komt ook in trilling en dat bereikt ons oor, zodat we een toon van 1000 Hz horen.

Frequenties die we kunnen horen liggen ongeveer tussen 40 en 16000 Hz. In plaats van 1000 Hz kunnen we ook spreken van 1 kilo Hertz, afgekort 1 kHz; 1 miljoen trillingen per seconde is 1 mega Hertz, afgekort 1 MHz.

Om nu informatie (spraak, muziek en dergelijke) via radioverbindingen dus draadloos over te kunnen brengen, maakt men gebruik van hoge tot zeer hoge frequenties. Deze frequenties worden opgewekt in een zender en uitgestraald door middel van een antenne.

Deze trillingen van een zeer hoge frequentie zijn niet mechanisch, zoals bij de stemvork, maar elektrisch. Wat er door de zendantenne uitgestraald wordt, zijn geen luchttrillingen, maar magnetische trillingen en omdat deze magnetische trillingen elektrisch worden opgewekt, noemt men ze elektromagnetische trillingen of golven.



MODULATIE.

Maar aan alleen deze hoge frequentie hebben we weinig. Deze frequentie straalt weliswaar door de ruimte en komt terecht op een ontvangstantenne en gaat via de antennekabel naar de ontvanger, maar op deze ontvanger horen we niets, want deze zendfrequentie of draaggolf bevat geen informatie. Hoe voegen we nu deze informatie toe aan de draaggolf?

De informatie (muziek of spraak) bestaat uit trillingen van een lage frequentie. Deze frequentie moduleren we op de draaggolf frequentie. Dat kan bijvoorbeeld door de sterkte van de draaggolf te variëren op het ritme van de spraak. Dat wordt dan amplitudemodulatie genoemd, afgekort AM. Dergelijke modulatie wordt toegepast op de lange, midden en kortegolf door omroepstations. Een andere modulatie methode is de frequentiemodulatie, afgekort als FM. Bij deze modulatie blijft de sterkte van de draaggolf constant, maar wijzigt de zendfrequentie op het ritme van de spraak.

Radiozendamateurs kennen nog meer modulatie methoden, zoals SSB, wat staat voor Single Side Band, ofwel enkel zijband modulatie, waarbij de draaggolf wordt onderdrukt. Maar daar zullen wij nu verder niet op ingaan.

De voorafgaande stof is voor sommigen al moeilijk genoeg en de bedoeling is om de mogelijkheden en het hoe en waarom op een niet al te moeilijke manier uit de doeken te doen. Als u geïnteresseerd bent volgt de rest vanzelf.



MOGELIJKHEDEN VERSCHILLENDE FREQUENTIES.

We kennen de lange golf, die loopt ongeveer van 150 - 285 KHz, dat is voor radio een lage frequentie met een grote golflengte. Hoe hoger de frequentie, hoe kleiner de golflengte is.

Er bestaat een bepaald verband tussen frequentie, golflengte en de voortplantingssnelheid van radiogolven, maar daar zullen we nu niet dieper op ingaan.

De middengolf loopt van 525 - 1605 KHz en de kortegolf van 3 - 30 MHz. (de meeste omroepontvangers zullen echter niet tot 30 MHz kunnen ontvangen). De FM-band, ook wel ultrakortegolf genoemd, loopt van 88 - 108 MHz. Het zal duidelijk zijn dat een radio-ontvanger in staat is om alleen één frequentie tegelijk te ontvangen, anders zouden we allemaal geluiden door elkaar horen. De verschillende frequenties hebben allemaal een andere eigenschap, waar dan ook rekening mee gehouden moet worden. Zoals men weet is de aarde rond. Zou men vanaf een bepaald punt gaan zenden met lage frequenties (lange golf), dan buigt het uit gezonden signaal enigszins met de kromming van het aardoppervlak mee. Op de middengolf (iets hogere frequenties) gebeurt dit ook nog wel enigszins, maar komt men op de kortegolf, dan is dit verschijnsel bijna verdwenen en straalt het uitgezonden signaal de ruimte in. Om nu toch iets met dit kortegolfsignaal te kunnen doen, maken we gebruik van de ionosfeer, een laag rond de aarde, die deze kortegolfsignalen reflecteert dus terugkaatst. Zodoende komt dit signaal op een zeer grote afstand weer op de aarde terug. Vandaar dat met kortegolf ook verbindingen over de gehele aarde gemaakt kunnen worden.

Hoe hoger we nu in frequentie komen hoe slechter het signaal teruggekaatst wordt. Dat is onder andere het geval met de ultrakortegolf, de FM-band. Willen we daar een signaal ontvangen, dan moeten de zend en ontvangstantenne elkaar kunnen "zien".

De FM-zender in deze band heeft dus maar een beperkt bereik. Vandaar dat er overal in Nederland hulpzenders staan. Televisiefrequenties liggen weer hoger, zo tussen de 280 - 900 MHz. Zeer hoge frequenties dus, met hele kleine golflengtes.

In enkele gevallen gebeurt het wel eens dat ook een signaal met een zeer hoge frequentie teruggekaatst wordt. Dit gebeurt dan niet in de ionosfeer, zoals bij kortegolf maar in de troposfeer. Dat is de onderste laag rond de aarde, tot zo'n 10 kilometer boven het aardoppervlak. Het kan dan voorkomen dat er Duitse, Engelse of Scandinavische radio of televisiestations ontvangen worden.

Het is mogelijk nog verder verwijderde zenders te ontvangen. Het gaat meestal gepaard met "fading", dat wil zeggen het signaal komt niet altijd even sterk binnen. Wereldomvattend is dit niet. De grootste afstand, die overbrugd kan worden ligt rond de 2000 kilometer, hoewel uitzonderingen altijd mogelijk zijn.



STEEDS MEER MOGELIJKHEDEN.

Niet alleen met gesproken woord ( phone ), maar ook in morsesignalen ( CW ) kunnen b.v. verbindingen worden gemaakt op de korte golf. Bovendien kan men bijvoorbeeld op de 23 centimeterband zo rond de 1250 - 1285 MHz ook met televisie gaan experimenteren.

Dan zijn de mogelijkheden nog niet op, want ook RTTY (radioteletype ofwel telex over radio, ook een Nederlandse vinding) behoort tot de mogelijkheden. Een zendamateur typt zijn tekst in op een telex of PC -aangesloten op een zender en vele kilometers verder komt het bericht uit een andere telex of PC rollen.

Verder hebben we nog de mogelijkheid tot slow-scan televisie. Dat zijn stilstaande beelden, die in een aantal seconden op gebouwd worden. Hiervoor is een speciaal televisietoestel nodig. Ontvangt men zo'n stilstaand beeld (soms vanaf de andere kant van de aarde), dan is dit een fascinerend gezicht. Speciaal voor de hoge frequenties bestaat de mogelijkheid om via amateur-satellieten verbindingen over grote afstand te maken. De zendamateur richt zijn antenne op een satelliet en deze maakt zijn signaal op een andere plaats op de aarde hoorbaar. Op het ogenblik zijn er al diverse amateur-satellieten actief. Sommige amateurs richten hun antenne op de maan en via een reflectie maken zij zo hun verbindingen met andere amateurs. Dit heet "moon-bounce".

Nu de PC overal zijn intrede heeft gedaan in de radiowereld zijn de mogelijkheden talrijk geworden. Zo is het mogelijk morse, telex, amtor en nog vele andere signalen (dus allerlei pieptoontjes) door middel van de PC in leesbare tekst om te zetten. Ook weerkaarten (fax) kunnen worden ontvangen en bekeken. Sommige programma's stellen je zelfs in staat de weerkaarten in kleur te bekijken.

Ook het zogenaamde pakketradio is een inmiddels ingeburgerde ontwikkeling binnen het  zendamateurisme. Berichten worden, via een netwerk van digitale herhaalstations (nodes) opgeslagen in een pakketradio mailbox. Deze berichten kunnen later door de geadresseerden worden uitgelezen. Uiteraard is dit nog maar een kleine greep uit een scala van mogelijkheden, die de zendamateur ter beschikking staan.

U ziet het, zendamateur zijn is een leuke en interessante hobby die vele beoefenaars kent (in Nederland zijn er ongeveer 15.000 zendamateurs).


 

 
De NVRA is gevestigd in Haarlem en is ingeschreven bij K.v.K. nr:40596151.
Verenigingsgebouw : Jan van Krimpenweg 15, 2031 CE Haarlem
Secretariaat :
Aelbertsbergstraat 46, 2023 CP Haarlem