|
|
|
ATV-TRANSVERTER VAN 23CM NAAR 3CM
(voor montage direct bij de
antenne) |
|
Door Michael
Klerkx (PA0MKX) |
|
 |
Inleiding
Hoe kan ik,
uitgaande van een 23cm ATV-stuurzender, op een slimme, doch
betaalbare manier mijn zendsignaal zo eenvoudig mogelijk
converteren naar de 3cm-band met zo min mogelijk signaalverlies
op 3cm, met zo min mogelijk kabelgebruik, in een zo klein
mogelijke behuizing en minimaal 10 mW output op 3cm of meer?
Hoe houd ik de controle over frequentie-keuze en
frequentie-stabiliteit van de local oscillator en de stuur- en
zendfrequentie, modulatie en uitgangsvermogen binnenshuis?
Het nu volgende artikel geeft daar een goed antwoord op en is
gebaseerd op mijn experimenten, die ik de afgelopen 2 jaar op
3cm heb gedaan. Elk onderdeel van deze transverter heb ik in die
periode apart gebouwd om er de experimenten mee te doen. Dit
heeft geresulteerd in een compact en bruikbaar printontwerp in
een standaard formaat, dat precies in een 74mm x 111mm-blikje
met een hoogte van 30mm (TOP-TIN 9-30) kan worden gesoldeerd.
|
Overwegingen bij keuze van het
prototype
Door de
relatief hoge kabelverliezen is het niet aantrekkelijk om het
3cm-signaal over een lange kabel naar de antenne te
transporteren, aangezien vermogen op 3cm een kostbare zaak is (ca.
€ 0.50/mW bij GaAsFET-versterkers). Dat betekent dus, dat de
transverter als een z.g. remote mast front-end moet worden
uitgevoerd, waarbij de 3cm- power versterker zich dicht bij de
antenne bevindt of, beter nog, zich direct aan de antenne-ingang
bevindt terwijl de sturing zich op een grotere afstand van de
antenne en een veel lagere frequentie afspeelt.
De afstand
tussen de stuurzender en de antenne wordt dan overbrugd op die
lagere stuurfrequentie, waardoor die kabelverliezen veel minder
zijn.
Bij z.g.
DRO-zenders (dielectric- resonator-oscillators) is dat het
geval, maar die hebben het nadeel , dat ze vanaf de grond niet
in frequentie af te stemmen zijn en een beperkt afstembereik
hebben. Ook de modulatie met ATV-basisbandsignaal is alleen goed
mogelijk in een klein gedeelte van het afstembereik en uitermate
kritisch. Het ATV-beeld is doorgaans ruiserig en geeft andere
optimale frequenties te zien dan het optimum voor de
geluidsontvangst. Meestal 2 optima met ertussenin ruis. Men kan
gerust stellen, dat de DRO hier oneigenlijk gebruikt wordt, want
hij is bedoeld voor locale oscillatoren met vaste frequentie en
voor zeer breedbandig gebruik, zoals bij LNB’s of als vervanger
van Gunndiode-oscillatoren in Doppler-detectors.
|
Vermenigvuldigers,
hebben dat probleem niet en kunnen gewoon vanaf de grond worden
afgestemd. Het nadeel van deze vermenigvuldigers is, dat voor
ATV de diverse vermenigvuldigtrappen ieder apart een versterker
met direct daarachter een filter nodig hebben, die voor iedere
vermenigvuldigingsstap een aparte bandbreedte moet hebben, n.l.
van minimaal 120 MHz ( bij de 1e verdubbelaar, 2500 -
2620 MHz) , 250 MHz (bij de 2e verdubbelaar, 5000 –
5250 MHz) en maximaal 500 MHz (bij de 3e verdubbelaar
10.0 – 10.5 GHz). Deze bandbreedtes luisteren vrij nauw,
aangezien bij frequentieverdubbeling tegelijkertijd ook
frequentieverdrievoudiging optreedt. Hierdoor kunnen bij
onvoldoende selektiviteit ook ongewenste harmonischen
meeversterkt worden en dat willen we niet. Een betaalbare
oplossing hiervoor ligt in het gebruik van microstrip-filters,
waarbij men een kompromis sluit tussen minimale bandbreedte (die
hier eigenlijk te laag is voor breedbandgebruik) en
selektiviteit ( die hier niet optimaal is) Dat kan, omdat de
verzwakking op oktaafafstand en halfoktaaf afstand (resp
subharmonische en 3x subharmonische aan weerskanten van de
gewenste harmonische) met een onderdrukking van –10 tot –20 dB
net voldoende is, om de vermenigvuldigtrappen effectief te laten
werken. (zie fig 1).
|
|
 |
|
De totale bandbreedte van de vermeniguldiger laat een vlak
frequentiebereik van ongeveer 100 MHz toe, maar zal over de
gehele 3cm-band nog wel sterk verminderde output geven. In geval
van een optimaal ontwerp kan de hele 3cm-band worden bestreken.
Een nadeel van vermenigvuldigers is o.a. dat ze absoluut niet
lineair werken en niet traploos zijn terug te regelen naar 0. Ze
hebben een minimaal inputvermogen op 23cm nodig, dat reeds
aanzienlijk is.
Voorts zijn de ruiseigenschappen minder goed, want behalve de
zwaai wordt ook de ruis vermenigvuldigd.
|
|
Lineaire transverters,
lenen zich uitstekend als frontend
voor 3cm, aangezien de vermenigvuldiging van de local
oscillatorfrequentie een héél ander verhaal is dan de
breedbandige vermenigvuldiging van de gemoduleerde
zendfrequentie. Aangezien we nu maar met 1 vaste ongemoduleerde
draaggolf van de local oscillator te maken hebben, (omdat het
gemoduleerde signaal er pas op het eind bijgemengd wordt via een
balansmixer) kunnen we voor de selektie van de frequentie een
veel smaller filter gebruiken (ca. 5 MHz breed)
Het blijkt, dat slechts één cavityfilter voldoende is om twee of
drie verdubbelingen in één stap uit te voeren. Door de extreem
hoge kwaliteitsfaktor worden ook alle ongewenste harmonischen
veel beter onderdrukt. Bovendien zijn de ruiseigenschappen van
het uiteindelijke signaal bij gebruik van een kristaltrein vele
malen beter dan die van bovengenoemde DRO en vermenigvuldiger.
En, last, but not least, alle besturing is vanaf de grond in te
stellen i.e. zendfrequentie, local frequentie (binnen de
grenzen van de cavity-doorlaat ca. + of – 2.5 Mhz.) en
uitgangsvermogen.
Een heel belangrijk en noodzakelijk onderdeel van een lineaire
transverter is het filter achter de mixer, dat in staat moet
zijn, de gewenste zendfrequentie te zuiveren van alle uit de
mixer komende ongewenste signalen, waarvan de L.O.-frequentie (9
GHz) en de verschilfrequentie (ca. 7.5 – 8.0 GHz) het sterkst
zijn. Ook vele andere mengprodukten worden opgewekt in de mixer.
Dit wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door het niet lineaire
gedrag van de vier diodes, waaruit de DBM is opgebouwd. Deze
frequenties liggen zo dicht in de buurt van de zendfrequentie,
dat ze de eindversterker op 10 GHz te snel verzadigen, doordat
ze meeversterkt worden. Aangezien het filter steil moet zijn en
toch een breedband doorlaat moet hebben, is men gewoonlijk
aangewezen op het zeer kostbare of bewerkelijke interdigitaal
bandfilter, dat zeer moeilijk is af te regelen en vrij veel
ruimte inneemt.
Een dergelijk
filter van Procom is in de handel voor ca. € 250,- Echter, de
steilheid hebben we alléén nodig aan de lage kant van de door te
laten band, dus we kunnen volstaan met een goed
hoogdoorlaatfilter, aangezien de mengprodukten en harmonischen ,
die boven de 10.5 GHz opgewekt worden, verwaarloosbaar klein
zijn.
In een
artikel van WA1MBA , dat ik op het web vond, werd beschreven,
hoe een waveguide gebruikt kan worden als hoogdoorlaatfilter.
Quote: “ Waveguide is
worlds best highpassfilter” . Het
blijkt, dat iedere waveguide nog gebruikt kan worden op
frequenties, die iets meer dan de helft zijn van de voor die
waveguide gespecificeerde maximum frequentie. Laten we WR90 als
voorbeeld nemen:
WR90 is de
meest gebruikelijke waveguide voor 3cm want zijn specifieke
frequentiebereik is in standaard TE10-mode: 8 – 12
GHz. Deze waveguide blijkt zonder significante demping ook
lagere frequenties door te laten dan 8 GHz, zoals 6.8 GHz (iets
meer dan de helft van de maximumfrequentie. Ga je nog een klein
beetje verder naar beneden in frequentie, dan neemt de demping
ineens met een enorme sprong toe tot oneindig. We zijn dan de
z.g. cutoff-frequentie gepasseerd. Dit wetende, beschouwen we nu
WR62-waveguide met een gespecificeerd frequentiebereik van 12.4
= 18 GHz. Hier blijkt de cutoff-frequentie op ca. 9.5 GHz te
liggen. Hij laat 10 GHz dus nagenoeg zonder demping door. De
L.O.-frequentie op 9 GHz wordt volledig gedempt evenals de
verschilfrequentie , die nog lager ligt.
Dit is dus ideaal voor ons filter.
Opgemerkt
moet worden, dat hogere harmonischen 20 en 40 GHz wel worden
doorgelaten, zij het, dan niet meer uitsluitend via de TE10-mode,
maar ook andere modes, .maar die spelen nauwelijks een rol. N.B.
De cutoff-frequentie blijkt omgekeerd evenredig te zijn met de
elektrische binnenhoogte van de waveguide ( E-veld). Voor WR62
is dat precies 8 mm.
Uit het voorgaande blijkt, dat de keuze voor het
lineairtransvertertype met een cavityfilter in de L.O.-keten en
een WR62-hoogdoorlaatfilter na de mixer het meest ideaal is.
N.B. Vanwege het gebruik van een kristalgestuurde local
oscillator is de transverter ook inzetbaar voor smalband-FM,
AM, SSB en CW. Hierbij dient men op te letten, dat men uitkomt
in het smalband-gedeelte van de 3cm-band (10.368 – 10.370 GHz).
De frequentie van de local oscillator moet dan ca. 120 MHz hoger
liggen , op 9120 MHz. (x-tal: 95.0 MHz).
Ook breedband-FM al of niet stereo is met deze transverter goed
mogelijk. (onmogelijk met DRO of vermenigvuldiger).
|
Het prototype
Aangezien
een kristaltrein veel ruimte inneemt en vrij gevoelig is voor
temperatuurschommelingen etc., is het niet aantrekkelijk om deze
in de mast te hangen in weer en wind. Echter, de twee laatste
verdubbelaars kunnen wél heel compact in het mastgedeelte
ingebouwd worden, omdat ze samengevoegd kunnen worden tot één
verviervoudiger. Dit bracht mij op het idee om de local
oscillator opwekking (signaal A) en de omzetting van de
ATV-zendfrequentie (signaal B) in twee gedeelten te splitsen,
n.l.:
Op de
grond: Signalen A en B op standaard epoxy-print.
In de mast
: Verwerking van A en B op teflon-print.
Op de grond:
Signaal A: Kristaltrein (oscillator met 24x vermenigvuldiging
tot 2250 MHz)
In de mast
: Verviervoudiger m.b.v.cavityfilter en versterkers naar 9 GHz)
Op de grond:
Signaal B: Gemoduleerd ATV-signaal op 23cm (ca. 10 - 30 mW)
In de mast
: Mengen met 9 GHz in DBM tot 10 GHz, filteren en
versterken tot
10 mW ( het
ideale stuurvermogen voor een evt. versterker)
Het is ideaal om beide signalen A en B met de voedingsspanning
over één coaxkabel van de sturing naar de transverter te
transporteren. Nu zijn er sinds 2 jaar microwave-filters in
LTCC-techniek op de markt gebracht door Minicircuits. (Prijs ca.
€ 2.-) Door de kleine afmetingen van deze filters is het nu
mogelijk, duplex-input toe te passen in een klein behuisde
transverter. (Lees het artikel over duplex-filters voor de 23cm-
en 13cm band).
|
De mixer
Sinds 1 jaar is er een goedkope
dubbelgebalanceerde diode-mixer in LTCC-techniek door
Minicircuits op de markt gebracht. De MCA1-12G, die gebruikt kan
worden tussen 3.8 en 12 GHz. Dit exemplaar heeft een
IF-frequentiebereik van DC tot 1800 MHz. Het conversieverlies
bedraagt gemiddeld 6.2 dB. Deze mixer is dus uitermate geschikt
voor de hier beschreven transverter. Het insolderen vergt wel
enige vaardigheid en precisie van de bouwer. (Prijs ca. € 10.-)
|
|
De kristaltrein
Dit artikel gaat voornamelijk
over het “in de mast”-gedeelte op teflon-print. De benodigde
kristaltrein voor de local oscillator, die een vermogen van 10 –
15 mW zal moeten kunnen leveren, is gebouwd naar een beproefd
ontwerp, bestaande uit kristaloscillator op 93.750 MHz met U310,
verdrievoudiger met BFR90, verdubbelaar met BFR90, verdubbelaar
met BFR91, verdubbelaar met BFR91 en versterker met ERA-3. (in
totaal 24x dus.)
In het laatste gedeelte van het
artikel wordt de benodigde printlayout en de bestukking ervan
beschreven.
|
De ATV-stuurzender
De ATV-stuurzender moet een
vermogen kunnen leveren van 0 – 30 mW (regelbaar). Een ideale
stuurzender is het Comtech-zendertje, dat o.a. geleverd wordt
door van Dijken Elektronica en dat een frequentiebereik heeft
van 1000 – 1400 MHz en zodoende op 3 cm een bereik oplevert van
10.000 – 10.400 GHz. Er zijn nog andere gelijksoortige kleine
zendertjes op de markt maar niet alle hebben zo’n groot
frequentiebereik. We laten de details hierover in dit artikel
verder buiten beschouwing.
Hieronder
ziet u zowel de onder- als de bovenzijde van het afgebouwde
prototype (in een standaard blikje) afgebeeld.
|
|
 |
|
onderzijde
converter |
|
Duidelijk zijn hier het ronde
cavityfilter op 9 GHz, het rechthoekige 9.5 GHz-
hoogdoorlaatfilter, dat ongesoldeerd op de print is
vastgeschroefd en de 2250 MHz semirigid kabelbrug te herkennen.
|
|
 |
|
bovenzijde
converter
|
Op deze afbeelding zijn de twee
bevestigingsschroeven van het hoogdoorlaatfilter te zien en de
gebruikte schotjes van koperfolie.Het belangrijkste schotje
loopt op de foto vertikaal midden over de behuizing van de
tweede MGF 1302. Merk op dat zich ook een schotje bevindt
tussen de 23cm-striplijn naar de mixer en de 9 GHz-striplijn
naar de mixer. Het gebruik en de locatie van deze schotjes komt
verderop in het artikel nog uitvoerig tersprake.
|
Korte beschrijving van de werking
(signaalweg) en blokschema
Signalen A en B worden op de
grond eerst bij elkaar gevoegd via een 23cm/13cm-duplexfilter in
LTCC-techniek (Minicircuits LFCN-1200/HFCN-2000). Direct daarna
wordt er ook 12V bijgevoegd via een z.g. bias-tee (een
condensator in de signaallijn, direct gevolgd door een aftakking
met smoorspoel). Deze 2 signalen met voedingsspanning worden
vervolgens gelijktijdig over 1 coaxkabel naar de
masttransverter gevoerd. Vervolgens wordt direct bij de
transverter-ingang in de mast de voedingsspanning van de 2
signalen gescheiden middels een bias-tee (een condensator in de
signaallijn direct voorafgegaan door een aftakking met
smoorspoel). Daarna worden signaal A en signaal B van elkaar
gescheiden door eenzelfde 23cm/13cm-duplexfilter in LTCC
techniek (Minicircuits LFCN-1200/HFCN-2000) De opbouw en werking
van dit duplexfilter is reeds eerder door mij in een artikel
beschreven. Aangezien het 23cm lowpassfilter (Minicircuits
LFCN-1200) te weinig demping bij 9 GHz en 10 GHz vertoont, is
vlak voor de IF-ingang van de mixer nog een extra lowpassfilter
toegevoegd, de Minicircuits LFCN-6000, die wél een goede demping
in die gebieden heeft. Dat is om te voorkomen dat het
LO-signaal en het 10 GHz signaal via de IF-poort kunnen
“teruglekken”. De doorlaatkarakteristiek van het duplexfilter is
hierna grafisch weergegeven, samen met de karakteristiek van het
LFCN-6000 filter.
|
|
 |
|
Signaal A ( 10 mW 2250 MHz L.O.)
wordt direct, vanaf de highpass-poort van het duplexfilter bij
de korte printrand, door het massavlak in een semirigid
–kabeltje gevoerd en bij de overstaande korte printrand weer
teruggevoerd door het massavlak, direct aan de ingang van de
verviervoudiger, bestaande uit een ERA-21SM met daarachter een
cavity-filter, dat op 9 GHz is afgestemd. Het signaal wordt
daarna middels twee ERA-21SM- versterkertrappen ca. 12 dB
versterkt. Het resulterende signaal op 9 GHz bedraagt dan ca. 7
dBm (5 mW). Dit signaal wordt aangeboden aan de LO-poort van de
mixer, een Minicircuits MCA1-12G. en gemengd met signaal B (
23cm-ATV-signaal, max. 10 mW !!) dat direct vanaf de
lowpass-poort van het duplexfilter komt en via het extra
LFCN-6000 lowpassfilter aan de IF-poort van de mixer wordt
aangeboden. Overigens houdt dit laatste in, dat de 23cm-sturing
vanaf de grond wel tot ca. 30 mW kan bedragen, omdat dit signaal
in totaal tweemaal een bias-tee passeert en driemaal een
lowpassfilter. In totaal is dat al zeker 3 dB demping en daar
moet je de kabeldemping nog bij tellen.
Vanaf de RF-poort van de mixer
is nu het ruwe 10 GHz signaal beschikbaar (ca. –17 dBm). Dit
wordt via een kleine antenne (kwartgolf monopool op 3cm) die,
door het massavlak heen, in de waveguide steekt, binnengeleid in
de waveguide (WR62) met een lengte van ca. 6 cm, die als een
zeer scherp hoogdoorlaatfilter met een afsnij-frequentie van 9.5
GHz fungeert en zodoende het LO-signaal en de
verschilfrequentie op ca. 8 GHz volledig dempt. De demping van
dit filter voor 10 GHz bedraagt slechts ca.0.5 – 2 dB. Die
spreiding is wel significant voor het uiteindelijke
uitgangsvermogen, en hangt sterk af van de precisie, waarmee het
filter gemaakt is.
Aan de uitgang pikt een tweede
gelijkgedimensioneerde antenne binnen in de waveguide het
signaal (ca. –18 dBm) weer op, dat weer door het massavlak
teruggeleid wordt. Tenslotte gaat het gefilterde 10 GHz-signaal
-spectraal rein- een 3-traps versterker in, met drie maal een
MGF 1302. De laatste MGF 1302 kan optioneel vervangen worden
door een MGF 1323 (10 mW) of een MGF 1801 ( 20 – 30 mW). De
totale versterking bedraagt ca.28 - 30 dB en zal dus aan de
uitgang een vermogen van ca 10 dBm (met MGF 1302/1323) of 12
dBm (met MGF1801) op 10 GHz opleveren. (Hierbij dient wel
opgemerkt te worden, dat de MGF 1801 een vrij dure GaAsFET is,
die 200 mW op 3cm kan leveren en hier dus niet op zijn maximum
kan worden ingezet.)
Dit alles samenvattende, komen
we tot het navolgende blokschema, waarbij voor het goede
overzicht, het gedeelte, dat zich op de grond of in de shack
bevindt, in grijs en stippellijnen is weergegeven:
|
|
 |
Het schakelschema van de
transverter ziet er alsvolgt uit:
|
|

|
|
Print materiaal en
layout
Voor de transverter wordt
uiteraard gebruik gemaakt van PTFE-laminaat met een
e0
=2.33 en een dikte
van 0.75 mm ( Taconic Ultralamâ
of Rogers RT-Duroidâ.)
Afmetingen zijn 10.85 x 7.10cm. De layout is hierna op ware
grootte afgebeeld:
|
|
 |
Componentenopstelling.
|
|
 |
| |
| |
- Het vervaardigen van
het cavity-filter en het 9.5 GHz-hoogdoorlaatfilter
- Het op maat maken van de print en het solderen van de SMA-connectors.
- Het boren en
isoleren van het massavlak (soevereinen)van de 1 mm-gaten.
- Het boren
van 4 positioneringsgaatjes voor het cavityfilter met een 0.6mm
boor.
- Het boren
van 3 massavlakdoorverbindingsgaatjes met een 0.6mm boor.
- Het
solderen van het cavityfilter en de semirid-kabelbrug op de
print.
- Montage van het WR62-highpassfilter op de print
- Het solderen van de printplaat in het blik
- Het solderen van alle componenten op de print (zie
componentenopstelling) |
| |
| |
| |
| |
|
|
| |
|
|